Cookies verzekeren het goed functionneren van onze website. Door gebruik te maken van deze site, gaat u akkoord met ons gebruik van cookies. Meer informatie OK
U bent hier: Home / Nieuws / Het eindrapport van het Observatorium van het woningeigenaarschap 2015-2017 staat online

Het eindrapport van het Observatorium van het woningeigenaarschap 2015-2017 staat online

In het verleden bracht de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) studies uit die toegespitst waren op de impact van de steunmaatregelen voor eigenaars-bewoners op de gewestelijke begroting, de woningkeuze van de kandidaat-kopers, de betaalbaarheid van koopwoningen voor de Brusselse huishoudens en de koopmarkt in en rond de twaalf prioritaire ontwikkelingspolen als bepaald door de Brusselse regering.

Het Observatorium Brussel Huisvesting stelt nu een nieuwe studie voor over de koopwoningmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Deze nieuwe analyse actualiseert de vorige studies van de BGHM en focust daarbij op de geografische spreiding van de eigenaars-bewoners in het Gewest en van de eigenaars die steun genoten voor het verwerven van hun woning. Een van de doelstellingen van deze studie bestaat erin de huidige kennis over de huisvestingssector te verbeteren om zo bij te dragen tot een goed gewestelijk bestuur. Voor het uitvoeren van deze studie hebben IDEA Consult en Antea Group samengewerkt.

In het Brussels Hoofstedelijke Gewest blijft de bevolkingsgroei en -dichtheid toenemen, zij het minder snel dan in het verleden. Het aantal huishoudens stijgt evenwel niet evenredig met deze bevolkingstoename. De verklaring hiervoor schuilt in de toegenomen omvang van de huishoudens. Brussel trekt minder buitenlanders aan dan in het verleden, hoewel in een aantal gemeenten de kaap van 50% op hun grondgebied gedomicilieerde buitenlanders stilaan in het zicht komt. De in het Gewest wonende buitenlanders zijn voor het merendeel afkomstig uit de Europese Unie. De Brusselse bevolkingstoename blijkt meer dan ooit bepaald te worden door natuurlijke aangroei. Bovendien kan de hoofdstad rekenen op een jongere bevolking dan de andere Belgische steden. De helft van de Brusselaars is immers jonger dan 40 jaar.

Het aantal wooneenheden in Brussel geeft een gestage stijging te zien, maar het aandeel van de sociale woningen blijft laag. Deze groei is vooral toe te schrijven aan de toename van het aantal appartementen. Brussel-Stad blijft de motor van de groei van het woningbestand. Deze groei ligt lager in het zuidoostelijke deel van het Gewest. Het aanbod van nieuwe woningen overtreft de stijging van het aantal huishoudens. Strikt genomen zou het aanbod moeten volstaan om te voldoen aan de vraag, ondanks een tekort aan woningen in bepaalde gemeenten. De toegang tot het woningaanbod wordt evenwel afgeremd door aspecten die verband houden met de betaalbaarheid en de kwaliteit van de woningen. In Brussel en de Brusselse rand is een "verappartementisering" merkbaar die ten koste gaat van rijwoningen.

Ondanks een globaal genomen dalende trend in het aantal verkooptransacties, lijken de recente fiscale maatregelen te leiden tot een heropleving van de verkoopdynamiek binnen het Gewest. Hoewel deze opleving zich niet voordoet in sommige gemeenten, is de vastgoedmarkt vrij dynamisch in de gemeenten van de tweede kroon, waar het aandeel eigenaars-bewoners het hoogst ligt. Brussel-Stad blijft in absolute cijfers koploper in het aantal verkopen, gevolgd door Ukkel en Elsene. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden vooral appartementen gekocht, waardoor de markt van eengezinswoningen steeds verder naar een nichemarkt verglijdt. Binnen het bestaande patrimonium is Brussel een gemiddeld dynamische markt voor appartementen en eerder laagdynamisch voor de verkoop van eengezinswoningen.

Verder is de aangekondigde prijscorrectie uitgebleven. Op iets meer dan 10 jaar tijd zijn zowel appartementen als gewone woonhuizen met ruim de helft in nominale waarde toegenomen in het Gewest, net als in de rest van België. De prijzen van appartementen en huizen liggen relatief hoog in Brussel, waarbij Anderlecht en Molenbeek de meest betaalbare gemeenten blijven.

Het inkomensverschil tussen Brussel en de rest van het land neemt toe, net als de kloof tussen arm en rijk binnen het Gewest. Het Brusselse mediane inkomen stijgt minder snel dan de gemiddelde vastgoedprijs. De financiële haalbaarheid van een koopwoning komt steeds meer onder druk te staan.

In 2017 woont 39,77% van de Brusselse huishoudens in een woning waarvan ze eigenaar zijn. In de rest van het land ligt dat aandeel hoger. Op te merken valt dat in Brussel 59,46% van de door hun eigenaar bewoonde woningen appartementen zijn. De ruimtelijke spreiding van de door hun eigenaar bewoonde woningen vertoont een concentrisch patroon. De meerderheid van de eigenaars-bewoners treffen we aan in de tweede kroon. Een aantal socio-economische factoren liggen daaraan ten grondslag. Hoe hoger de gemiddelde leeftijd in een wijk is, hoe hoger het aandeel eigenaars-bewoners blijkt te liggen. Omgekeerd valt het aandeel van de huurders hoger uit naarmate een wijk dichter bevolkt is. In wijken met grotere gemiddelde huishoudens ligt het aandeel van de door hun eigenaar bewoonde woningen doorgaans hoger. De toegang van grote gezinnen tot een woning kan evenwel bemoeilijkt worden door hun jonge leeftijd en/of laag inkomen. Behalve voor de wijken met een hoog mediaan inkomen, zoals Ukkel en Sint-Pieters-Woluwe, gaat de sterke aanwezigheid van buitenlanders gepaard met een lager aandeel van eigenaars-bewoners. Wijken met een hogere vastgoedprijs worden doorgaans gekenmerkt door een groter aandeel van door hun eigenaar bewoonde woningen.

Ten slotte valt op te merken dat de steunmaatregelen voor het verwerven van een woning vooral in het westelijke deel van het Gewest uitwerking hebben. In het zuidoostelijke deel van het Gewest wordt dan weer zeer weinig steun toegekend aan gezinnen op zoek naar een koopwoning. Er worden daarentegen hoge concentraties van toegekende steun vastgesteld in het noorden en het westen van het Gewest, met inbegrip van de wijken van de tweede kroon met een hoger inkomen, waar het vastgoed betaalbaarder is.

Interesse? Het volledige eindrapport van het Observatorium van het woningeigenaarschap 2015-2017 is hieronder beschikbaar.

Veel leesplezier!
 

Meer weten:

 

Document acties